Brussel-Holland-Vilvoorde. BHV uitgelegd aan een Nederlander.

Oranjegekte op Koninginnedag

Stel je voor: er zijn verkiezingen in Nederland. De ene helft van de partijen neemt alleen deel in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Het andere deel van de partijen neemt alleen deel boven de grote rivieren. Alleen in en rond de stad Utrecht, middenin Nederland, kunnen de inwoners op partijen van beide landsdelen stemmen. Bijna alle partijen voeren alleen campagne in hun eigen landsdeel, en ze komen niet op de nationale media. Pas na de verkiezingen gaan ze samen rond de tafel zitten. En dan moet er een regering gevormd worden. Klinkt als waanzin? Welkom in België! (Gebaseerd op een artikel uit de Volkskrant, 26 november.)

Voor een Nederlander klinkt het compleet absurd. Ik ben echter een Nederbelg, half om half als het ware, en ik heb het voorrecht gehad op de eerste rang te zitten om het boeiende politieke spectakel van Brussel-Halle-Vilvoorde mee te maken. Het begon voor mij in 2007. Ik was eerstejaarsstudent aan de UGent en voor het vak Politieke Wetenschap had professor Carl Devos meneer Herman van Rompuy uitgenodigd, die op dat moment ‘verkenner’ was en die de hopeloze politieke situatie van dat moment onder de duim probeerde te krijgen. Belgen gaan daar heel creatief mee om: ze maken gebruik van verkenners, verduidelijkers, koninklijke bemiddelaars, formateurs, preformateurs,… allemaal grappige benamingen voor een overwerkte man van middelbare leeftijd, strak in het pak, die de troep van voorgaande politici mag opruimen. Zoiets.

In elk geval, meneer van Rompuy kon het ook niet aan. Om het even wat concreter uit te leggen: België is sinds 2002 opgedeeld in kieskringen per provincie. Door hun heterogeniteit inzake officiële talen heeft Belgie geen nationale zetelverdeling, zoals in Nederland. De Belgen probeerden het nog netjes gescheiden te houden, met de Nederlandstalige partijen in de Vlaamse kieskringen, en de Franstalige in de Waalse kieskringen, maar de officieel tweetalige stad Brussel, waar zowel Walen als Vlamingen wonen (jawel, het komt wel degelijk voor!) zorgde voor problemen. En de gemeenten rondom Brussel ook. België zou België niet zijn als ze hier niet een prachtig neologisme voor zouden hebben, en dat hebben ze dan ook: faciliteitengemeenten. Deze term slaat op de gemeenten rondom Brussel in het Nederlandstalige gebied Halle-Vilvoorde. Zo werd de monsterkieskring van de stad Brussel en zijn omliggende (faciliteiten)gemeenten geboren. Alleen Brussel-Halle-Vilvoorde (het troetelnaampje voor het fenomeen is ‘BHV’) is een kieskring waarin zowel Nederlandstalige- als Franstalige partijen deelnemen.

Faciliteitengemeenten zijn gemeenten in een bepaald taalgebied, waar de inwonders gemeentelijke diensten kunnen krijgen in hun eigen taal, en niet alleen in de officiële taal van het gebied. En zo komen we bij het echte probleem. Walen en Vlamingen kunnen het namelijk niet zo goed met elkaar vinden. Je zou denken: ze zijn allemaal Belgen, dus ze gunnen elkaar wel wat. Fout.

Vlamingen zijn boos omdat de faciliteitengemeenten, ontworpen om de integratie van Franstaligen te vergemakkelijken, hun doel ver voorbij zijn geschoten. Met andere woorden: er zijn teveel mensen die beroep doen op Franstalige faciliteiten in een gemeente die hiervoor is ontworpen. Weg ermee, aldus de Vlamingen, die het beschouwen als een uitbreiding van het grotendeels Franstalige Brussel, en die de hete adem van het Frans al in hun nek voelen. Aanpassen of wegwezen.

Pas du tout, roepen de Franstaligen. Zij willen de gemeenten natuurlijk houden, want als je een kind een snoepje geeft kun je het niet zomaar meer afpakken. Ze beschouwen het als een fundamenteel recht om in hun eigen taal gemeentelijke diensten te krijgen. Laten we dan even de arme stakkers buiten beschouwing die ergens anders in Vlaanderen of Wallonie gaan wonen en er de taal niet spreken. Die hebben dus helemaal geen poot om op te staan.

Dat is het probleem BHV. Maar er is meer. Na de regeringsvorming van 2007, die in totaal 194 dagen duurde, bleef het op de agenda prijken. Het was het nieuwe buzz-woord van alle politici en werd vooral gebruikt om een statement te maken. Het woord werd gebruikt in ordinaire krachtmetingen van wat-ga-jij-doen-met-BHV? Want elke zichzelf serieus nemende politicus had daarop wel een visie. Voornamelijk gebaseerd op of hij Vlaming is of Waal. Veel spierballengerol (want er móet een oplossing komen), maar weinig daden. De kwestie kwam ‘on and off’ nog eens in de kijker.

Wij als Nederlanders hielden in 2007 even onze adem in: zou ons record regeringsvormen sneuvelen? Onze langste, in 1977, duurde 208 dagen. De Belgen kwamen akelig dichtbij. Alles kan beter, moeten ze gedacht hebben, wellicht geïnspireerd door het gelijknamige tv-programma met Guy Mortier en Mark Uytterhoeven. Want daar kwam de regeringsvorming van 2011. die duurde 541 dagen. Tijdens deze formatie werd er echter wel een deelakkoord bereikt over BHV.

14 september 2011 was de grote dag. Dit zijn de oplossingen die men overeengekomen is: er komt een nieuwe kieskring Brussel (tweetalig), de niet-Brusselse gemeenten in Halle-Vilvoorde worden de kieskring Vlaams-Brabant, die samenvalt met de provincie (Nederlandstalig) en de inwoners van de faciliteitengemeenten in de Brusselse rand, mogen nog steeds kiezen of ze hun stem uitbrengen op een Vlaamse lijst (Vlaam-Brabant) of een Waalse lijst (Brussel).

Waarom die oplossing zo lang op zich heeft laten wachten…? In elk geval, trouw aan hun traditie komen de Belgen opnieuw met een neologisme waar niemand iets van snapt: metropolitaan adviesorgaan. Dit beestje zal de onderlinge samenwerking tussen de Vlamingen en de Walen in het problemengebied Vlaams- en Waals-Brabant proberen te bevorderen. Een beetje als een kleuterjuffrouw.

Wat is de moraal van dit verhaal? Nederlanders, blijf maar lekker nationaal en word niet federaal!

Geef een reactie

Opgeslagen onder Oktober

Een koeienleven in Australië: Knockbreak Station

Cowboys horen niet alleen thuis in stoere verhalen uit het Wilde Westen over lang vervlogen tijden.  Ze bestaan nog steeds, en ik kwam ze tegen tijdens mijn reis door Australië. Op de koeienfokkerij Knockbreak kreeg ik de kans hun werk en de omgang met hun dieren te zien. Het leven van een koe in de Australische bush, dat  zo anders is dan dat van een soortgenoot in België, geeft een geheel nieuw perspectief om dierenrechten en –welzijn te overdenken.       

Een klein deel van het landgoed Knockbreak, gezien vanuit een helikopter

Ik ontmoette Hardy Woodart in de pub waar ik destijds werkte, in Cracow, een spookdorp in hartje Queensland. Vervallen, leegstaande huizen schurken er tegen elkaar alsof ze zo troost kunnen vinden. In hun voortuinen een hoopvol bordje: te koop. Alsof iemand ze wil hebben. Alleen een mijnkamp dat hier gevestigd is zorgt voor wat levendigheid en een bestaansreden voor deze pub.

Tijdens mijn middagdienst kwam er op een dag een cowboy binnen. Hij leek weggelopen uit de oude films over het wilde westen die je wel eens op tv ziet. Compleet met hoed, laarzen met sporen, een spijkerbroek en een hemd er netjes ingestopt. Hij heette Hardy Woodart en hij was de eigenaar van Knockbreak, een ‘station’. Dat is de Australische tegenhanger van de Amerikaanse ranch, maar laat ze je er niet op betrappen dat je het zo noemt. Want Amerikanen hebben een ranch. Hier heet het ‘station’. Laat dat duidelijk zijn.

Hoe ik dacht dat het er aan toe zou gaan op zo’n station? Ik dacht aan grasvelden zo ver je kan zien met enorme kuddes koeien en mannen op paarden met lasso’s, vergezeld van hun trouwe herdershonden. Mijn openlijke bewondering en nieuwsgierigheid leidden tot een uitnodiging om eens langs te komen . Ik verbleef een week bij Hardy en zijn familie en heb in die tijd mijn ogen uitgekeken. En ik bleek er niet eens zo ver naast te zitten met mijn fantasieën.

Op Knockbreak worden koeien gefokt, hoewel de station ook een heel resem andere dieren huisvest, waaronder honden, paarden, varkens en kippen. Het landgoed heeft een oppervlakte van maar liefst 233 vierkante kilometer. Deze immense oppervlakte is onderverdeeld in verschillende weides, met daarop in totaal 500 koeien en 20 stieren, hoewel dit nog maar de halve capaciteit is.

Een koe leeft ongeveer 10 jaar en werpt gemiddeld 8 kalfjes in die tijd, hoewel de beste koeien wel tot 13 kalveren kunnen opleveren. Stierenkalveren worden meestal verhandeld op de veemarkt en kunnen daar tussen de 5000 en 20 000 Australische dollar opbrengen (3700 – 15 000 euro). Met een geoefend oog kiest Hardy de allerbeste stierenkalfjes uit, en die zullen op Knockbreak blijven om mee te fokken. Stieren leven gemiddeld 8 jaar.

Een koe met haar kalf, geboren op Knockbreak

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tenminste vier keer per jaar worden de koeien bij elkaar gedreven en uit hun weides geleid.  Ze worden naar een centrale verzamelplaats gebracht (‘mustering’) voor noodzakelijke ingrepen zoals  castraties, vaccinaties, en behandelingen tegen vliegen en teken (‘drafting’).

Ik was getuige van het evenement dat  ‘musteren’ wordt genoemd. Op Knockbreak wordt dit nog op de traditionele manier gedaan: te paard. Het zijn net als hun berijders keiharde werkers. Het musteren begint kort na zonsopgang en duurt tot lang na zonsondergang. Op een dergelijke dag worden er talloze kilometers afgelegd, mét een grote kudde koeien die in bedwang moet worden gehouden.

Bij het draften is heel wat kennis en vakmanschap nodig. Jonge kalveren moeten worden onthoornd, gebrandmerkt, gevaccineerd en indien ze niet geschikt zijn voor de fok, gecastreerd. Dit gebeurt allemaal snel en geroutineerd. De geselecteerde kalveren worden in een rij gezet in een smalle gang die uitkomt op een grote klem. Deze dient om de dieren op hun plaats te houden en kan kantelen zodat het dier op zijn zij ligt: dit is de veiligste manier voor zowel mens als kalf om de ingrepen uit te voeren.

Ik zag dat dit allemaal zonder verdoving gebeurde en vroeg Hardy waarom hij dit niet noodzakelijk achtte. Hij legde uit: “Officiële dierenrechten hebben geen invloed op ons werk hier op Knockbreak, omdat we zo geïsoleerd zijn. Er zijn Australische wetten die bepalen dat castraties en dergelijke onder verdoving moeten gebeuren, maar zie jij al een dierenarts helemaal hiernaartoe reizen, om dan een paar dagen aan een stuk elk kalf dat een ingreep nodig heeft te verdoven? Trouwens, verdovingen zijn ook niet alles. Als ze zijn uitgewerkt, wil dat niet zeggen dat het dier nergens meer last van heeft. Het zijn nu eenmaal pijnlijke ingrepen. Maar ze zijn wel noodzakelijk.”

“We zijn ons zeer bewust van het welzijn van onze dieren. Het is voor ons een morele kwestie ze zo goed mogelijk te verzorgen. Wijzelf hebben ook het meeste  baat bij gezonde, sterke dieren, om een maximale opbrengst te garanderen.”

Op 9 september kwam GAIA in België met een actie om mensen bewust te maken van onverdoofde castratie bij biggen. De ‘Laat ze hangen’-actie riep alle mannen op om die dag uit solidariteit geen onderbroek aan te doen. Zo wilde GAIA een signaal sturen naar supermarkten en varkenshouders.

Toen ik dit vernam, dacht ik terug aan Knockbreak. Daar worden kalveren immers ook onverdoofd gecastreerd. Daar staat wel tegenover dat ze kilometers weide hebben om in rond te lopen en gemiddeld 8 jaar lang een natuurlijk leven mogen leiden in een kudde en in de buitenlucht. Hoewel ik zeer begaan ben met dierenleed, zat er voor mij toch een wrange bijsmaak aan de actie van GAIA. Want de problemen van onze slachtdieren gaan wel wat verder dan onverdoofde castraties.

Enkele praktijken die (te) vaak voorkomen bij koeienhouders:  kalveren groeien op met krachtvoer om maar zo snel mogelijk rijp te zijn voor de slacht. Dit betekent niet alleen een kort leven, het is ook schadelijk voor het lichaam. Er is gemiddeld 3 tot 4 vierkante meter voorzien per dier, in sombere stallen waar ze op een onnatuurlijke bodem staan die schadelijk is voor hun poten. Dieren die te dicht op elkaar worden gehouden raken gefrustreerd en reageren dit af op elkaar met allerlei verwondingen tot gevolg.

Al deze zaken verdienen ook campagnes die ze aan het licht brengen. We weten te weinig over de leefomstandigheden van onze slachtdieren en het is moeilijk er meer over te weten te komen. De hele industrie lijkt gesluierd in geheimzinnigheid.

De levensomstandigheden van onze vleesdieren moeten verbeteren tot een dierwaardig bestaan met een dierwaardig einde. Verdovingen bij ingrepen horen daar ook bij, maar er is nog veel werk aan de winkel voordat een dergelijk detail naar voren kan worden geschoven als het belangrijkste punt op de agenda.

Geef een reactie

Opgeslagen onder November

Vrouw-en-humor

Brigitte Kaandorp

Vrouw-en-humor

Vrouwen hebben geen gevoel voor humor. Ongetwijfeld een man die dat zei. Want waar zou een humoristische vrouw het immers over moeten hebben? Grappen over die keer dat ze haar eyeliner scheef had aangebracht? Een leutige anekdote over die dag dat ze het eten van manlief liet aanbranden? Of over andere lachwekkende banaliteiten uit een vrouwenleven, je weet wel, schoenen, make-up, handtassen, kinderen?

Ik kan het hem niet kwalijk nemen hoor, die man die zo heel feitelijk verteld heeft dat vrouwen niet grappig zijn en ook geen (mannen)grappen kunnen waarderen. Een vrouw die assertief en zelfverzekerd genoeg is om voor haar humor uit te komen en om te weten dat andere mensen deze ook zullen waarderen, moet haast een beangstigende gedachte zijn voor de arme stakker. Dertien-in-een-dozijn pseudo-onderzoeken hebben ons namelijk al verteld dat vrouwen van Venus komen en mannen van Mars. Een dure metafoor voor: onze hersenen werken nu eenmaal helemaal anders en laten we nu maar elk blijven doen waar we goed in zijn. Wat doe je als je vrouw de keuken uit komt? Je maakt de ketting korter.

Terug naar de man die met angst en beven de vrouw met de grap aanschouwt. Vanwaar die angst? Omdat humor macht geeft. Grappig zijn is per definitie een goede eigenschap en belangrijk voor sociale interactie. Er komt heel wat bij kijken, bij mensen aan het lachen maken: assertiviteit, opdringerigheid, zelfbewustzijn en een scherpe blik. Niet toevallig ook allemaal eigenschappen die niet met vrouwen geassocieerd worden.

Maar ik ken wel een grappige vrouw. Toen ik als onschuldige spruit, in zalige onwetendheid over geslacht en gender en vrouwen en humor, in de woonkamer tv zat te kijken, is ze aan mij verschenen.

Brigitte Kaandorp. Zeg tegen mij de woorden ‘vrouw’ en ‘humor’ in een zin en ik denk automatisch aan haar. Het toonbeeld van zelfverzekerde, in your face, bijdehante en toch vrouwelijke grappen, waar ik mee ben opgegroeid. Een boegbeeld voor vrouwenhumor. Ik snapte niet alles wat ze zei, maar ik merkte wel dat mijn ouders er om moesten lachen.

Ik herkende dus meteen de humor in wat ‘die mevrouw op de tv’ verkondigde. Los van de context en los van de ketting in de keuken. Want lachen is nog steeds lachen. Of het nou om een man of om een vrouw gaat en of het nou door een hij of een zij is veroorzaakt.

Wat maakt van vrouwenhumor nou echte vrouwelijke humor? Juist dat besef dat we de macht hebben de rollen eens om te draaien en onze mannelijke soortgenoten voor de gek te zetten. In een mannenwereld is daar een vrouw voor nodig, die haar hoge hakken afschopt, haar handtas van zich afslingert en eens het gore lef heeft om al die haantjes te wijzen op hun eigen flauwekul en gebreken. Met grappen.

Ik denk namelijk dat ze dat zelf niet durven.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Oktober

Kuifje


Kuifje in een nieuw jasje in The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn

Afgelopen zaterdag 22 oktober stond in Brussel de  wereldpremière van The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn op het programma. Deze langverwachte film is het geesteskind van twee van de belangrijkste filmgiganten van onze tijd: Steven Spielberg (Jurassic Park, Indiana Jones)als regisseur en Peter Jackson (Lord of the Rings) als producer.

Jacksons bedrijf WETA creëerde eerder al het personage ‘Gollem’ (een  wezen uit de Lord of the Rings trilogie)met motion capture. Hij was dus de aangewezen persoon om met een afgeleide techniek, performance capture (zie kader) Kuifje tot leven te wekken. Op deze manier werd precies de juiste balans gevonden tussen animatiefilm en de stijl van Hergé.  Het resultaat is prachtig vormgegeven. Decors, personages, effecten, actiescènes: alles is oogstrelend. In hun opzet Kuifje te ‘updaten’ en klaar te maken voor the big screen zonder aan zijn alom bekende uiterlijk te raken zijn Spielberg en Jackson bijzonder goed geslaagd.Afgelopen zaterdag 22 oktober stond in Brussel de  wereldpremière van The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn op het programma. Deze langverwachte film is het geesteskind van twee van de belangrijkste filmgiganten van onze tijd: Steven Spielberg (Jurassic Park, Indiana Jones)als regisseur en Peter Jackson (Lord of the Rings) als producer.

In het begin van de film zien we onze vertrouwde reporterheld op een rommelmarkt in de Brusselse Marollen. Hij aait zijn trouwe foxterriër Bobby over de kop terwijl hij een portret van zichzelf laat maken door  een personage dat duidelijk Hergé voorstelt. Het resultaat is een knipoog naar diens beroemde stripboekenstijl. Op deze rommelmarkt vindt Kuifje een replica van een 17de-eeuws schip, De Eenhoorn. Vanaf het moment dat hij het aanschaft, begint het avontuur. Al snel blijkt namelijk dat de mysterieuze Sakharine de replica ook wil hebben…

De verhaallijn is gebaseerd op drie strips: ‘De schat van scharlaken Rackham’, ‘Het geheim van de Eenhoorn’ en ‘De krab met de gulden scharen’, moeiteloos in elkaar verweven tot één epos vol geheimzinnige aanwijzingen, raadsels en achtervolgingen, in een race tegen de tijd om het geheim van de Eenhoorn als eerste te achterhalen. Kuifje wordt bijgestaan door zijn viervoetige vriend Bobby, de zatlap Kapitein Haddock en de incompetente politieagenten Jansen en Janssen. Een oplettende kijker zal verschillende knipoogjes naar Herg en het stripboekengenre ontdekken.           De film zit ook vol potsierlijke humor en grapjes met een hoog slapstick gehalte, in de trant van ‘man-loopt-tegen-een-lantaarnpaal-en-dat-is-grappig’. Vooral de klunzige Jansen en Janssen zijn hiervoor verantwoordelijk, zoals we van ze gewend zijn in de strips.

Team Spielberg – Jackson  is er wonderwel in geslaagd de verhalen van Hergé 82 jaar na het verschijnen van zijn eerste strip nieuw leven in te blazen. Nu is het uitkijken naar de volgende film in de reeks, zoals het vroeger uitkijken was naar de volgende strip.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Oktober

De laatste rit voor Raymond?

Raymond van het Groenewoud is terug van weggeweest met een nieuw studioalbum. Sinds het laatste werden weliswaar twee live albums en een compilatie uitgebracht, maar het is al zes jaar geleden dat meneer de studio indook. Hij koos niemand minder dan Tom van Laere (Admiral Freebee) als producent voor de nieuwe plaat met de enigszins onheilspellende titel De laatste rit.

Goeiemorgen, ouwe rotkop heet het nummer dat de toon moet zetten en een mens kan niet anders dan zich afvragen of Raymond zichzelf zo elke morgen begroet als hij in de spiegel kijkt. Het nummer begint met een afgezaagd ‘rocky’ melodietje. Raymond’s stem klinkt gerijpt en heeft veel karakter, maar leent zich niet voor deze moraliserende rockballad. Het blijft muzikaal veel te eenvoudig, met alleen de tekst om het nummer wat gestalte kan geven en Raymond die dit probeert te compenseren door in het refrein zijn keel open te zetten. Al met al klinkt het middelmatig en is het hopelijk niet de stijl waarop is ingezet voor de rest van het album, of het zou wel eens echt de laatste rit kunnen zijn.

Raymond van het Groenewoud in 2006

Geef een reactie

Opgeslagen onder Oktober

Straatinterview

Reportage: Wat denkt Gent over Steve Jobs?

“Hij is nog steeds een bron van inspiratie.”

In de Veldstraat in Gent delen de voorbijgangers hun mening over de onlangs overleden frontman van Apple, Steve Jobs (56).

Gent | Als we zijn overtuigde volgelingen moeten geloven, heeft Steve Jobs het uitzicht van onze wereld veranderd. Hij was een groots man, een innovator, enorm getalenteerd en hij heeft meegeholpen ons dagelijks leven vorm te geven, zeggen ze. Dat niet iedereen zo’n lof voor de zakenman overheeft blijkt uit de gelaten reacties van de winkelende mensen in de Veldstraat.

“Hij is niet echt van invloed geweest op mijn leven, nee. Ik heb alleen een iPod Nano, en dat is het. Ik zie wel mensen rondom mij die Apple gebruiken, maar ik vind het toch eerder een luxeproduct, iets dat niet iedereen kan hebben,” vertelt Pieter Gaudissabois.

Lidia Liens heeft dezelfde mening. “Apple is een luxemerk: kwaliteitsvolle, maar dure producten. Als ik het kon betalen zou ik het wel kopen, hoor,” voegt ze er lachend aan toe. Het is haar opgevallen dat mensen die Apple gebruiken er heel erg over te spreken zijn.

De Schotse zakenman Colm Macqueen heeft weer een heel andere mening. Hij gebruikt dagelijks de technologie van Steve Jobs. Bij het softwareontwikkelingbedrijf waar hij werkt, wordt gebruik gemaakt van Mac computers en zelf heeft hij een iPhone, een iPad en een Macbook. “Het trendy design van Apple is altijd in de mode. Daarom is het zo populair bij jonge mensen. Denk daarbij aan de goede kwaliteit, en je hebt producten die bijna een statussymbool zijn. Het is niet voor niets dat zakenmensen allemaal rondlopen met een iPhone! Ik zou gerust durven beweren dat Steve Jobs de wereld heeft helpen veranderen, ja. Zelden was een frontman van zo’n groot (en toch niet geheel onbesproken) bedrijf zo populair. Hij is een persoonlijk voorbeeld voor mij.”

 

Geef een reactie

Opgeslagen onder Oktober

WK Scrabble

In De Morgen van gisteren zag ik een artikel dat nogal tot mijn verbeelding heeft gesproken.

Het ging over het WK Scrabble. Mijn eerste reactie: ik wist niet dat er zoiets bestond?! In elk geval, bij deze bloedstollend spannende editie die doorging in Warschau, sloeg het noodlot toe. Een van de vier letters ‘G’ raakte zoek.

Verwijten en beschuldigingen vlogen over en weer, want natuurlijk is de reactie van ieder competitief denkatleet om meteen de tegenstander te verdenken. De Engelsman Ed Martin kreeg van zijn Thaise tegenspeler onmiddellijk de volle laag. Meneer dacht niet zomaar dat Martin het betreffende blokje pakweg in zijn sok had verstopt, nee, hij stelde voor hem te laten fouilleren op de wc, om meteen ook even te checken op een plek waar de zon niet schijnt.

Tevergeefs. De ontvreemde/ontvoerde/simpelweg kwijtgeraakte ‘G’ werd niet meer gevonden en in een bloedstollende match werd de zege behaald door Martin. De woedende Thai werd hierdoor helemaal bevestigd in zijn theorie en weet zijn verlies natuurlijk aan de ontbrekende letter. Van een ‘tegenslag’ (twee G’s!) gesproken.

Lachende derde was uiteindelijk de winnaar Andrew Fisher, die met de hoofdprijs ging lopen. Omgerekend 14 000 euro, en nu snap ik waarom iemand überhaupt geïnteresseerd zou zijn in een wedstrijd Scrabble. Hij won met een woord zonder de letter ‘G’: ‘ominfied’, wat blijkbaar zoiets betekend als ‘het meest ontzagwekkend’.

Andrew Fisher, de winnaar van het WK Scrabble © reuters

Voor wie zich door dit artikel geïnspireerd voelt: installeer Wordfeud, een app voor iPhone en Android, waarmee je zelf ook Scrabble-battles kunt aangaan met wie maar durft. Nederlandstalige Scrabblers kunnen ook terecht op de Wordfeud PRO blog (http://www.wordfeudpro.nl) voor tips en tricks en een bruisende Scrabble community.

Gezellig. Geweldig. Ik realiseer me nu pas hoeveel ‘G’s er in onze woorden zitten.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Oktober

Almost Cinema

Almost Cinema is een tentoonstelling in samenwerking met filmfestival Gent. De opzet is om de grens tussen film en toeschouwer vanuit een ander perspectief te bekijken, te doen vervagen en om te draaien. Tegelijk is het een goede gelegenheid om het prachtige en immense Vooruit beter te leren kennen: de tentoonstelling slingert zich een weg door het gebouw, trap op en trap af, van de zolder tot de begane grond.

Het eerste kunstwerk dat al te zien is voor je binnengaat is een granieten plaat van Wouter Huis, genaamd ‘Disclaimer’. Het hangt aan de voorgevel van de Vooruit en draagt de gekende boodschap: “De personages en gebeurtenissen die in deze voorstelling voorkomen, zijn fictief. Elke gelijkenis met een bestaand persoon, dood of levend, berust op toeval.” De toeschouwer lijkt zo op een barriere tussen werkelijkheid en film te staan, als het ware een film binnen te stappen. De eerste versmelting tussen feit en fictie.

Eenmaal binnen staat in een donkere kamer een installatie van de Canadese Diane Landry. Het herinnert ons met geluid, beweging, en licht aan de contante bewegelijkheid van het menselijk leven, de vluchtigheid van alles, maar tegelijkertijd de eindeloze herhaling van levenscycli. Het geheel is een spookachtige visie, betoverend maar beklemmend.

Het volgende werk op de route is van HC Gilje. Het staat eveneens in een donkere kamer en bestaat uit een verhoog met glinsterende verf, waar golvende lichtlijnen overheen spelen. Het lijkt een metafoor voor het Noorderlicht. Als toeschouwer mag je erdoorheen lopen en een spel aangaan met het licht.

In de Brugzaal vinden we de enige Belg van de expositie: Wim Janssen. Hij maakte een muur van rollende filmspoel, met zwarte en doorzichtige vakken. Je ziet flitsende bewegingen en, als je je ogen wat dichtknijpt, vallende sneeuw. Op de achtergrond een geluid dat doet denken aan ruis. Het geheel lijkt een gigantisch testbeeld op een oude tv.

Op de Zolder Domzaal, onder de nokken van het dak, staan enkele kunstwerken van Tina Tonagel. Ze combineert op eigenzinnige wijze bewegend licht met geluid. Het eerste werk is gemaakt met verschillend gekleurde stukken roterend plastic die het licht voor een projector filteren en zo verschillende kleuren op de muur werpen. Het lijkt een bewegend Mondriaan kunswerk. Ze heeft drie gitaarsnaren gemonteerd op dit werk die af en toe getokkel laten horen. Nog een smal trappetje op en daar staat het grootste werk van haar hand. Een spel van licht en donker, van vlekken en licht. “Wat ontzettend tof,”  zegt iemand die het werk staat te bekijken.

Het hoogtepunt van de tentoonstelling is wat mij betreft echter het werk van Julius von Bismarck, ‘Space Beyond Me’. In een kleine, pikdonkere, ronde zaal zitten de toeschouwers op de grond. In het midden staat een projector, die onder een constant tikke-tikke-tik beelden projecteert op de fluorescerende muren. Op deze beelden: een naakte man die door een desolaat landschap zwerft. Hij lijkt een eigen leven te leiden, zoals de projector hem door de ruimte laat zwerven: hij loopt diagonaal en van de ene kant naar de andere. Door de fluorescerende verf op de muren, blijft een vage reflectie van hem achter op de muren en zo wordt een grillig, abstract, haast droom-achtig landschap geschilderd. Een metafoor voor hoe beelden en indrukken vervagen? Of voor hoe mensen alles uiteindelijk zullen vergeten?

De laatste paar installaties van de tentoonstelling liggen even buiten de Vooruit in de ‘Snoepwinkel’. Ze zijn beiden van de hand van Kathy Hinde. Het eerste heet ‘Dancing Cranes’. Het zijn dan ook inderdaad gemotoriseerde origami kraanvogels die voor een achtergrond van een blauwe licht vliegen. Onder het scherm: weetjes over het levensverloop van de ‘common crane’. En als ik eerlijk ben, het minst geslaagde werk. Het geheel ziet er wat knuddig uit en roept niet echt iets bij mij op. Haar andere werk, ‘Piano Migrations’, maakt weer veel goed. Het is het binnenwerk van een piano. Een projector laat vogeltjes hierover heen en weer vliegen en ze maken geluid als ze over de snaren vliegen en erop gaan zitten, zoals op een electriciteitsdraden. Het creëert zo een constant ‘getsjirp’ van staccato pianoklanken.

Extra bij de tentoonstelling zijn ‘This Is Not My Voice Speaking’ en ‘Every Minute, Always’. Het eerste is een interactieve installatie waarin je zelf de hoofdrol speelt. Het maakt deel uit van de tentoonstelling en is te bezichtigen als deze open is (dit is wel betalend). Het tweede valt best te omschrijven als een kruising van theater en film. Het is een voorstelling die doorgaat van 18 oktober tot en met 22 oktober waarvoor je best tickets reserveert. Alle info vind je op www.vooruit.be en www.filmfestival.be.

Almost Cinema is een tentoonstelling die zijn opzet meer dan realiseert. Op de grens tussen film en het echte leven, tussen feit en fictie en tussen toeschouwer en deelnemer worden de bezoekers aan het denken gezet en uitgenodigd een stap te zetten in een (film)wereld die door de artiesten werd gecreëerd.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Oktober

Lena

Op donderdag ben ik ‘Lena’ van Christophe van Rompaey gaan kijken in de kitscherig gedecoreerde Theaterzaal van de Vooruit: een van de stemmigste zalen van Gent, als je het mij vraagt. Voor de vertoning van deze film werden op het laatste moment extra zitplaatsen voorzien, want iedereen is natuurlijk benieuwd naar ‘de nieuwe’ van Rompaey na het succes van ‘Aanrijding in Moskou’. Ik moet echter heel eerlijk bekennen dat ik hier alleen ben beland omdat Lena de enige film was die nog niet was uitverkocht.

Dat wil niet zeggen dat ik het geen goede film vond. Van Rompaey is erin geslaagd op een heel beklemmende, aangrijpende manier het leven van de tiener Lena neer te zetten. Samen met haar Poolse moeder die niets anders doet dan telefoneren woont ze in een flatgebouw in Rotterdam. Veel aandacht krijgt ze niet en ze leeft dan ook voor haar linedancelessen. Tijdens die lessen krijgen we door monologen te horen wat er in haar omgaat. Ze vertelt dat ze van dansen houdt omdat ze op die momenten precies weet wat ze moet doen en wanneer.

Ze is vooral wat jongens betreft heel kwetsbaar en laat geregeld misbruik van zich maken. Als ze Daan tegenkomt is echter alles anders. Lena krijgt een tweede kans. En is vastbesloten dit nieuwe leven niet los te laten.

Van Rompaey is een meester in het neerzetten van een bepaalde sfeer. Het grauwe, grijze Rotterdam, dat alleen maar lijkt te bestaan uit beton en flats is een metafoor voor hoe Lena zich voelt. De duizend-in-een-dozijn flat waar ze woont en haar kettingrokende moeder die genadeloos heen en weer slingert tussen teveel affectie en complete onverschilligheid, lieten me huiveren.

Trouwens, de rol van Lena wordt geweldig vertolkt door Emma Levie, die haar personage op een heel overtuigende manier tot leven wekt. Zonder ook maar één woord te zeggen kan ze met haar diepe, donkere ogen talloze emoties overbrengen:  van een lege, afwezige blik waarmee ze zich lijkt af te sluiten voor de werkelijkheid tot een broeierige, zware blik vol emoties.

Een meerwaarde aan het filmfestival is dat de hele cast aanwezig is en Van Rompaey na afloop van de film de tijd krijgt ons erover te vertellen. Over waarom hij het Gentse omruilde voor het Hollandse. En over de zoektocht naar de juiste actrice voor de hoofdrol. Emma Levie is zelf ook aanwezig en komt onder luid applaus het podium op in een kleurrijke jurk. Een contrast met haar personage.

Lena is een grauwe, harde film, maar wel op een overtuigende manier. Een film die je met stomheid slaat. Een aanrader.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Oktober

Proloog.

De moeilijke eerste post.

In meerdere lessen is mij al op het hart gedrukt dat goede artikels met een pakkende eerste zin beginnen. Een eerste zin die engageert, die de lezer vastgrijpt en doet verder lezen. De eerste zin van mijn blog is niet zo’n zin. Ik ben me ervan bewust dat hij niet veel voorstelt.
Ik beschouw deze post dan ook eigenlijk eerder als een voorwoord dan als een echte eerste input. In deze post wil ik het hebben over deze blog. Een proloog dus.
Allereerst: de naam. Breinruis. Een neologisme van eigen makelij. Ik bedoel hiermee, letterlijk, het geruis en gekraak op de achtergrond (in je achterhoofd), een teken van de constante activiteit van de hersenen zonder een moment van stilte. Het betekent een alerte houding, durven luisteren naar de stemmen in je hoofd en nooit stoppen met bijleren en nieuwe verbanden leggen. Dit is volgens mij noodzakelijk, niet alleen als toekomstige journalist, maar over het algemeen.
Ten tweede: de schrijfster. Ik noem mezelf graag Nederbelg. Ik ben geboren in Nederland en heb daar gewoond tot ik tien jaar was. Het heeft me sindsdien altijd mateloos gefascineerd dat ik anders praat dan de mensen om mij heen en hoe verschillend deze twee vormen van Nederlands zijn.
Ik ben essentieel nieuwsgierig. Als iemand mij zou vragen uit te leggen waarom ik journalist wil zijn, zou ik heel egoïstisch zeggen: omdat ik zoveel mogelijk wil leren en weten en journalistiek als beroep leent zich daartoe. Anderzijds beschouw ik het ook als heel belangrijk dat wij allemaal op de hoogte zijn van zich afspeelt in de wereld, zowel ver van ons bed als dichtbij. Ik zie mezelf als journalist vanwege mijn grenzeloze bewondering voor talen, communicatie en communicatiemogelijkheden. De pen is inderdaad machtiger dan het zwaard.
Dan, ten laatste, wil ik nog toelichten waar deze blog om zal draaien. Ik wil hier bespreken wat mij opvalt in de actualiteit en dit met de lessen die ik volg in het achterhoofd. Ik zal een kritische houding aannemen. En zoals dat hoort in een blog zal ik ongevraagd en uitgebreid mijn mening tentoonspreiden. Opinie en idealisme. Dat belooft.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Oktober