Stel je voor: er zijn verkiezingen in Nederland. De ene helft van de partijen neemt alleen deel in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Het andere deel van de partijen neemt alleen deel boven de grote rivieren. Alleen in en rond de stad Utrecht, middenin Nederland, kunnen de inwoners op partijen van beide landsdelen stemmen. Bijna alle partijen voeren alleen campagne in hun eigen landsdeel, en ze komen niet op de nationale media. Pas na de verkiezingen gaan ze samen rond de tafel zitten. En dan moet er een regering gevormd worden. Klinkt als waanzin? Welkom in België! (Gebaseerd op een artikel uit de Volkskrant, 26 november.)
Voor een Nederlander klinkt het compleet absurd. Ik ben echter een Nederbelg, half om half als het ware, en ik heb het voorrecht gehad op de eerste rang te zitten om het boeiende politieke spectakel van Brussel-Halle-Vilvoorde mee te maken. Het begon voor mij in 2007. Ik was eerstejaarsstudent aan de UGent en voor het vak Politieke Wetenschap had professor Carl Devos meneer Herman van Rompuy uitgenodigd, die op dat moment ‘verkenner’ was en die de hopeloze politieke situatie van dat moment onder de duim probeerde te krijgen. Belgen gaan daar heel creatief mee om: ze maken gebruik van verkenners, verduidelijkers, koninklijke bemiddelaars, formateurs, preformateurs,… allemaal grappige benamingen voor een overwerkte man van middelbare leeftijd, strak in het pak, die de troep van voorgaande politici mag opruimen. Zoiets.
In elk geval, meneer van Rompuy kon het ook niet aan. Om het even wat concreter uit te leggen: België is sinds 2002 opgedeeld in kieskringen per provincie. Door hun heterogeniteit inzake officiële talen heeft Belgie geen nationale zetelverdeling, zoals in Nederland. De Belgen probeerden het nog netjes gescheiden te houden, met de Nederlandstalige partijen in de Vlaamse kieskringen, en de Franstalige in de Waalse kieskringen, maar de officieel tweetalige stad Brussel, waar zowel Walen als Vlamingen wonen (jawel, het komt wel degelijk voor!) zorgde voor problemen. En de gemeenten rondom Brussel ook. België zou België niet zijn als ze hier niet een prachtig neologisme voor zouden hebben, en dat hebben ze dan ook: faciliteitengemeenten. Deze term slaat op de gemeenten rondom Brussel in het Nederlandstalige gebied Halle-Vilvoorde. Zo werd de monsterkieskring van de stad Brussel en zijn omliggende (faciliteiten)gemeenten geboren. Alleen Brussel-Halle-Vilvoorde (het troetelnaampje voor het fenomeen is ‘BHV’) is een kieskring waarin zowel Nederlandstalige- als Franstalige partijen deelnemen.
Faciliteitengemeenten zijn gemeenten in een bepaald taalgebied, waar de inwonders gemeentelijke diensten kunnen krijgen in hun eigen taal, en niet alleen in de officiële taal van het gebied. En zo komen we bij het echte probleem. Walen en Vlamingen kunnen het namelijk niet zo goed met elkaar vinden. Je zou denken: ze zijn allemaal Belgen, dus ze gunnen elkaar wel wat. Fout.
Vlamingen zijn boos omdat de faciliteitengemeenten, ontworpen om de integratie van Franstaligen te vergemakkelijken, hun doel ver voorbij zijn geschoten. Met andere woorden: er zijn teveel mensen die beroep doen op Franstalige faciliteiten in een gemeente die hiervoor is ontworpen. Weg ermee, aldus de Vlamingen, die het beschouwen als een uitbreiding van het grotendeels Franstalige Brussel, en die de hete adem van het Frans al in hun nek voelen. Aanpassen of wegwezen.
Pas du tout, roepen de Franstaligen. Zij willen de gemeenten natuurlijk houden, want als je een kind een snoepje geeft kun je het niet zomaar meer afpakken. Ze beschouwen het als een fundamenteel recht om in hun eigen taal gemeentelijke diensten te krijgen. Laten we dan even de arme stakkers buiten beschouwing die ergens anders in Vlaanderen of Wallonie gaan wonen en er de taal niet spreken. Die hebben dus helemaal geen poot om op te staan.
Dat is het probleem BHV. Maar er is meer. Na de regeringsvorming van 2007, die in totaal 194 dagen duurde, bleef het op de agenda prijken. Het was het nieuwe buzz-woord van alle politici en werd vooral gebruikt om een statement te maken. Het woord werd gebruikt in ordinaire krachtmetingen van wat-ga-jij-doen-met-BHV? Want elke zichzelf serieus nemende politicus had daarop wel een visie. Voornamelijk gebaseerd op of hij Vlaming is of Waal. Veel spierballengerol (want er móet een oplossing komen), maar weinig daden. De kwestie kwam ‘on and off’ nog eens in de kijker.
Wij als Nederlanders hielden in 2007 even onze adem in: zou ons record regeringsvormen sneuvelen? Onze langste, in 1977, duurde 208 dagen. De Belgen kwamen akelig dichtbij. Alles kan beter, moeten ze gedacht hebben, wellicht geïnspireerd door het gelijknamige tv-programma met Guy Mortier en Mark Uytterhoeven. Want daar kwam de regeringsvorming van 2011. die duurde 541 dagen. Tijdens deze formatie werd er echter wel een deelakkoord bereikt over BHV.
14 september 2011 was de grote dag. Dit zijn de oplossingen die men overeengekomen is: er komt een nieuwe kieskring Brussel (tweetalig), de niet-Brusselse gemeenten in Halle-Vilvoorde worden de kieskring Vlaams-Brabant, die samenvalt met de provincie (Nederlandstalig) en de inwoners van de faciliteitengemeenten in de Brusselse rand, mogen nog steeds kiezen of ze hun stem uitbrengen op een Vlaamse lijst (Vlaam-Brabant) of een Waalse lijst (Brussel).
Waarom die oplossing zo lang op zich heeft laten wachten…? In elk geval, trouw aan hun traditie komen de Belgen opnieuw met een neologisme waar niemand iets van snapt: metropolitaan adviesorgaan. Dit beestje zal de onderlinge samenwerking tussen de Vlamingen en de Walen in het problemengebied Vlaams- en Waals-Brabant proberen te bevorderen. Een beetje als een kleuterjuffrouw.
Wat is de moraal van dit verhaal? Nederlanders, blijf maar lekker nationaal en word niet federaal!







